Gezondheid

Sphynxen zijn gewoonlijk gezonde en sterke katten. Door hun naaktheid ogen ze kwetsbaar en fragiel, maar schijn bedriegt. Hun haarloosheid wordt namelijk veroorzaakt door slechts één recessief gen; voor de rest verschilt hun DNA niet wezenlijk van dat van andere katten.

Voorts hebben serieuze, betrokken fokkers veel oog voor de gezondheid van hun dieren. Zij zullen zwakke, ziekelijke dieren uit hun fokprogramma halen, wat de kwaliteit en gezondheid van het ras ten goede komt. Helaas komen er ook steeds meer zogeheten broodfokkers die weinig belang hechten aan het welzijn van hun dieren, en onervaren fokkers die uit onwetendheid met ongezonde dieren fokken.

Het kan heel verleidelijk zijn voor de goedkoopste aanbieder te gaan. Vaak is het ook moeilijk vast te stellen met wat voor een fokker je te maken hebt. Wat daarbij kan helpen is te vragen naar de recente, officiële testuitslagen van beide ouders. Een goede fokker test namelijk standaard jaarlijks op Felv (kattenleukemie), Fiv (kattenaids), HCM (een erfelijke hartziekte) en tenminste één keer op PKD (een erfelijke nierziekte). Hij of zij zal het vanzelfsprekend vinden je inzage te geven. Daarnaast behoort ook een verkoopcontract met garantie op gezondheid en erfelijke ziektes tot de standaarduitrusting van een kwaliteitsfokker.

Let bij de aanschaf van een kitten ook goed op, dat je een stamboom, eigendomsbewijs en dierenpaspoort krijgt. Deze bewijzen dat de fokker aangesloten is bij een erkende kattenvereniging en dus gehouden is aan de dierenwelzijnsvoorschriften. Het paspoort garandeert dat het kitten onderzocht is door een dierenarts. Eventuele afwijkingen zal hij of zij daarin ook genoteerd hebben. Verder valt eruit op te maken, hoevaak en waarmee het kitten ge-ent is. Laat je niet wijsmaken, dat één enting voldoende is. Weliswaar is er discussie onder wetenschappers over wanneer er voor het eerst ge-ent zou moeten worden en hoelang de tweede enting bescherming biedt, maar men is unaniem van mening, dat een kitten tenminste twee keer ge-ent moet zijn, voordat het naar de nieuwe eigenaar mag vertrekken.

Tenslotte nog een opmerking over de mate van haarloosheid van Sphynxen. Deze kan namelijk variëren van vrijwel geen zichtbaar haar tot duidelijk waarneembaar haar op de oren, poten, staart, voeten, het gezicht en lichaam. Meerdere genen lijken hierop van invloed te zijn. Een goede fokker streeft vanzelfsprekend naar zo kaal mogelijke kittens en zal zijn of haar fokdieren hierop selecteren.

Aangezien gezonde én naakte Sphynxen zónder fokbeperking zeldzaam en zeer gewild zijn, ligt hun prijs vaak heel hoog. Het vergt dus een forse investering om gezonde en écht naakte kittens te fokken. Fokkers die slechts snel geld willen verdienen, zijn daartoe vaak niet bereid en gebruiken daarom veelal katten die ongeschikt zijn om mee te fokken vanwege bijvoorbeeld erfelijke afwijkingen en ziektes of overmatige beharing. Vanzelfsprekend levert een combinatie met harige ouders voornamelijk harige kittens op. Om deze toch verkocht te krijgen zal zo'n fokker je ervan proberen te overtuigen, dat het kitten met het ouder worden dat 'vachtje' nog wel zal verliezen. Dat is echter pertinent onwaar; een harig Sphynxkitten wordt nóóit een echt naakte Sphynxkat. In het gunstigste geval wordt de vacht slechts ietsje minder, maar gewoonlijk wordt het alleen maar meer naarmate de kat ouder wordt.