DNA-kleurbepaling

Zelfs voor zeer ervaren fokkers van raskatten mét haar kan het lastig zijn vast te stellen welke vachtkleur, tabbytekening en eventueel welke colourfactor een kitten draagt. Door het ontbreken van een vacht is dit bij Sphynxen extra moeilijk te bepalen.

De stamboom is daarbij een onmisbare hulp. Helaas bevat deze niet zelden grove fouten. Dit komt onder andere, doordat bij menig fokker basiskennis over genetica en kleurvererving ontbreekt. Te vaak wordt bij het opgeven van de stamboom de kleur van een kitten bepaald door deze simpelweg te vergelijken met nestgenootjes of andere katten, zónder daarbij de stamboom te raadplegen. Voor het tonen van recessieve eigenschappen, zoals klontering, verdunning en colourpoint, moet echter zowel bij de moeder als de vader van het kitten in de stamboom de bewuste eigenschap voorkomen. Een kitten kan dus slechts Blue zijn, als zijn moeder én vader tenminste drager zijn van het klonteringsgen. Bestudering van stamboom en kennis van genetica zijn daarom essentieel bij beoordeling van de kleur van de kittens.

Een klassiek voorbeeld van het foutief vaststellen van de hoofdkleur doet zich voor bij colourpointkatten. Sphynxen met de Siameze (blauwe ogen), Tonkaneze (aquamarijne ogen) of Burmeze (gele ogen) kleurverdeling tonen onder invloed van hun colourpointfactor lichter op de romp én op de extremiteiten. Voor het vaststellen van de hoofdkleur bij deze katten dient slechts gekeken te worden naar de kleur van de snuit, het neusspiegeltje, de oor- en soms oogrand, de teenkussentjes/voetzooltjes en soms het uiteinde van de staart. Dat is inmiddels bij de meeste Sphynxfokkers wel bekend, maar waar slechts weinige van op de hoogte zijn is, dat door die colourpointfactor de genetische hoofdkleur óók op de extremiteiten lichter is geworden, zodat Black oogt als Chocolate, Blue als Lilac, Chocolate als Cinnamon en Red als Cream. Het gevolg van deze onwetendheid is, dat veel ongetwijfeld goedbedoelende fokkers hun Siamees gekleurde zwarte Sphynxje onterecht Chocolate Point noemen of hun Tonkaneze blauwe kitten een Lilac Mink.

Zulke fouten hebben voor een liefhebber die zo’n verkeerd beschreven kitten koopt, gewoonlijk geen vervelende consequenties, hooguit wanneer ze ermee naar een show zouden gaan. Maar het wordt een heel ander verhaal, als een fokker met zo’n katertje een écht Chocolate of Lilac poesje laat dekken van een andere fokker. Verdunning, klontering en colourpointaftekening zijn immers alle recessieve eigenschappen, zodat uit een combinatie van twee échte Lilac (verdunning én klontering) katten alléén Lilac kittens kúnnen komen. De eigenaar van het zogenaamde Lilac katertje valt dus onmiddellijk door de mand, want zelfs als zijn kater wel verdunning én klontering draagt, zal gemiddeld slechts een kwart tot de helft van de kittens Lilac zijn. Als de eigenaar van het poesje enige kaas gegeten heeft van genetica, zal deze onmiddellijk weten bedrogen te zijn en terecht verhaal komen halen.

Omdat we zoveel van zulke vervelende verhalen in onze omgeving hoorden, hebben we enige tijd geleden besloten het zekere voor het onzekere te nemen en zijn we standaard van al onze fokkatten het DNA gaan laten onderzoeken. De wetenschap is inmiddels zover gevorderd, dat het mogelijk is om via wat wangslijmvlies vast te stellen of een kat de benodigde genen draagt voor verdunning, klontering, colourpointaftekening en tabbytekening. Op deze manier krijg je heel eenvoudig zekerheid; je weet dan welke eigenschappen je kat heeft, draagt of ontbeert. Je komt zo niet meer voor onaangename verrassingen te staan bij nieuwe nestjes en je kunt je fokprogramma verder op feiten baseren.

Mocht deze tekst je interesse naar kleurbepaling en -vererving gewekt hebben, kijk dan voor meer informatie onder Informatie Links of neem contact op met Jorg.